Mount Rainier National Park

Midden in dit nationale park van de staat Washington staat dominant Mount Rainier. Het is een vulkaan van 4392 meter hoogte waar het park zijn naam aan dankt. Opgericht in 1899 behoort Mount Rainier National Park tot een van de oudste nationale parken van Amerika. Het bestaat uit vijf delen die ieder een eigen karakter hebben. Kenmerkend voor het park zijn de naaldboombossen op de lagere hellingen en weidevelden die in de warmere zomermaanden vrolijk gekleurd worden door wilde bloemen.  Maar je vindt er ook mooie watervallen, vele gletsjers, rivieren en meertjes.

Het Park

Het park ligt ongeveer 2 uur rijden ten zuidoosten van de stad Seattle in de staat Washington. De vulkaan, die het middelpunt vormt van het park, is voor het laatst 150 jaar geleden uitgebarsten. Af en toe komen er wat rookpluimpjes uit de krater. Dit is een indicatie dat de vulkaan slaapt maar zomaar weer eens kan uitbarsten. 

Er zijn zo'n 26 gletsjers afkomstig van de vulkaan. Vanuit de gletsjers ontspringen vijf grote rivieren. 

Het landschap kent dichte beboste delen en mooie open weidevelden. Op veel plekken heb je indrukwekkend uitzicht op de omgeving en de altijd in sneeuw gehulde top van Mount Rainier. Je kunt verschillende scenic drives volgen of deelnemen aan de vele outdooractiviteiten zoals wandelen, skiën of bergbeklimmen. 

Het park kun je het hele jaar door bezoeken. Soms zijn bepaalde wegen afgesloten door weersomstandigheden. Het is daarom goed om van te voren te checken wat de conditie van de wegen is.  Klik hier voor meer informatie.

Mount Rainier is zelfs vanuit Seattle te zien

Meertjes en dichte bossen 

Tijdens de warme maanden zorgen de wilde bloemen voor een kleurig geheel

Het park verkennen

Hoe lang heb je nodig om het park te verkennen?

Het is afhankelijk wat je wilt doen. Wil je af een toe een korte wandeling maken afgewisseld met het volgen van een scenic drive met je auto of camper, dan kun je in een dag een redelijke indruk krijgen. Maar wil je het park echt ontdekken dan kun je er beter een dag of drie voor uittrekken. Dat geeft je de mogelijkheid om de verschillende delen wat beter te ontdekken.

Wat is de beste tijd om het park te bezoeken?

Wanneer je ook gaat naar dit park, weer is altijd iets waar je mee rekening moet houden. Het kan zomaar dagen bewolkt zijn of regenen. Op die dagen is Mount Rainier ook gehuld in mist en kun je de top niet zien. Maar als het daarna opklaart dan verandert het park in een waar paradijs met prachtig zicht op de vulkaan.
Vooraf de weersverwachting in de gaten houden is daarom heel belangrijk.

De zomermaanden juli en augustus zijn het best als je optimaal van het prachtige kleurenpalet wilt genieten door de vele wilde bloemen die dan in bloei staan. Daarnaast is de temperatuur in deze maanden ook heel aangenaam om wandelingen te maken.

Het voorjaar en de herfst zijn wisselvalliger qua weer. Maar ook deze seizoenen zijn goed voor een bezoek aan het park.

In het voorjaar kun je optimaal genieten van de watervallen en de loofbomen die langzaam groene bladeren krijgen. Ook zijn er nog mogelijkheden om te skiën op de nog steeds met sneeuw bedekte hellingen. 

Het najaar zorgt net als in de zomermaanden voor een kleur explosie. Tegen een achtergrond van groenblijvende naaldbomen, zie je rood gekleurde esdoorns en goudkleurige lariksen. 

Beste dagen om het park te bezoeken

Mount Rainier National Park is een populair park. Met name de Nisqually Entrance die het dichts bij  Seattle ligt is erg populair. In de zomermaanden, vooral in de weekenden, kan de toegangsweg behoorlijk vol zijn met soms lange wachtrijen. Het is daarom aan te raden om door de weeks naar het park te gaan of een van de andere toeganspoorten te nemen. 

Het park kan in het weekend ook behoorlijk druk worden maar omdat het park enorm groot is kun je, als je dit wilt, makkelijk minder drukke plekjes vinden.

Zomaar een meertje langs een van de trails

Er zijn prachtige wandelpaden.

Herst zorgt net als de zomer voor een mooi kleurenpalet.

Toegang tot het park

Het park kent vijf toegangswegen:

Nisqually: Zuidwestelijke ingang
Deze ingang is het hele jaar door geopend en biedt toegang tot de Longmire regio, Narada Falls, Reflection Lakes en Paradise regio.

Carbon River: Noordwestelijke Ingang
Deze ingang is het hele jaar door geopend voor wandelaars en fietsers. In 2006 is de weg die hier liep door overstromingen verdwenen. Auto's kunnen dus niet langer dit deel van het park betreden. Waar eens de weg liep is nu een pad aangelegd waar wandelaars en fietsers gebruik van kunnen maken. 

White River / Sunrise: Noordoostelijke ingang 
Geeft toegang tot de White River Campground en Sunrise regio. Meestal geopend begin juli - september.

Stevens Canyon: Zuidoostelijke ingang
Geeft toegang tot de regio Ohanapecosh en Box Canyon.  Meestal geopend eind mei - begin oktober.

Mowich Lake Entrance
Geeft toegang de Mowich Lake/Carbon River  regio. Dit is een smalle weg die maar een paar maanden per jaar geopend is.

Zie kaart hieronder voor ligging

Op de kaart hierboven zie je de verschillende regio's en het nationale park ingetekend. De gekleurde vlakken zijn een indicatie van waar de regio en het nationale park liggen en geven geen officiële grenzen aan. 

De vijf regio's van het park

Longmire – in het zuidwesten van het park

Dit is een van de oudste delen van het park en het eerste deel waar een bezoekerscentrum werd gevestigd. James Longmire, een pionier, bouwde hier ooit zijn woning en een resort zodat bezoekers de minerale bronnen en de prachtige natuur konden bezoeken. Hij opende het park al in 1883, zo’n 16 jaar voordat het tot nationaal park werd uitgeroepen.  Toen het park tot nationaal park werd uitgeroepen werd hier ook het hoofdkantoor gevestigd. 
Vandaag de dag bevindt het hoofdkantoor van het park zich niet meer in Longmire. Het voormalige gebouw waar het ooit was gevestigd is nu een museum dat het verhaal vertelt van de begindagen van het park. Longmire is aan het einde van de vorige eeuw uitgeroepen tot National Historic District. Je kunt hier een korte wandeling maken. Aan de hand van borden wordt de geschiedenis van de gebouwen verteld.
De regio ligt op ruim 800 meter hoogte en biedt een aantal goede wandelopties. Het gebied is ook rijk aan mooie watervallen.
In dit deel vind je het Longmire Museum & Visitor Center

 

Een van de oude gebouwen in Longmire die dienst doet als Longmire Wilderness Information Center

Paradise – in het zuiden van het park

Dit is een van de drukst bezochte delen van het park. De hoog gelegen vallei is in de zomermaanden bezaait met gekleurde bloemen. Dit zorgt voor een aanblik die de naam van dit deel van het park eer aan doet.  Je vind hier het historische Paradise Inn. Het is een lodge gebouwd in klassieke stijl, waarbij gebruik is gemaakt van materialen uit de omgeving, op een wijze dat het een wordt met de omliggende natuur. De lodge staat vermeld in het nationaal register van historische plaatsen van Amerika. 
In dit deel van het park vind je ook de meest populaire wandelingen die langs velden voeren met anemonen, lelies, valeriaan, grasklokjes, lupines en nog veel meer kleurrijke bloemen.  De bloemen bloeien in de warme maanden, maar in de herfst verandert het kleurenpalet prachtige rood oranje herfstkleuren.
Paradise is het hele jaar bereikbaar. In de wintermaanden ben je verplicht om sneeuwkettingen te gebruiken op de wegen.
In dit deel vind je het Henry M. Jackson Memorial Visitor Center

 

De weides met wilde bloemen in de Sunrise regio op een late zomerdag

Ohanepecosh – in het zuidoosten van het park

Ohanapecosh ligt in de zuidoostelijke hoek van het park. Je vindt hier dichte oeroude sparren- en cederbossen. Door het oerbos zijn mooie wandelingen te maken. De oostkant van het park is droger en zonniger dan de westkant, waardoor het een goede bestemming is als Paradise en Longmire nat en mistig zijn. Ohanapecosh is niet toegankelijk in de winter.
In dit deel vind je het Ohanapecosh Visitor Center

 

Het beboste gebied van Ohanapecosh met het  Visitor Center

Sunrise/White River – in het noordoosten van het park

Sunrise ligt op een hoogte van 1950 meter.  Je hebt hier prachtig uitzicht op de enorme Emmons-gletsjer, Mount Rainier en het omliggende landschap. Net als in het populaire Paradise vind je hier en honderden hectares alpenweiden vol wilde bloemen.  Dankzij de ligging in de drogere noordoostelijke hoek van het park kun je hier ook goed de zonsopkomst zien die de omgeving een prachtige gloed geeft. En dat meestal zonder dat de vulkaan en omgeving in wolken zijn gehuld.
Door de hoge ligging is deze regio alleen geopend begin juli tot begin september. Houdt ook rekening met sneeuw die je hier het hele jaar door vindt.
Je kunt hier verschillende mooie wandelingen maken waardoor het een druk bezochte locatie is.
In dit deel van het park vind je het Sunrise Visitor Center

Een typerende zonsopkomst in de Sunrise regio

Mowich Lake  regio– in het noordwesten van het park

Dit is het grootste en diepste meer van het park. Na de ingang tot het park in dit deel rijdt je ongeveer 3 km over een geasfalteerde weg. Daarna rij je verder over een 27 km lange onverharde weg die je naar het meer brengt. Het meer ligt op 1500 meter hoogte. Vanaf hier zijn er verschillende goed wandelingen te maken.  
In dit deel is geen visitor center maar wel een ranger station. 

Mowich Lake regio